Tags: , , , , , , [ × ]

Nog nét een parkeerplek vrij en nog vlak bij de voordeur ook, soms zit het mee zelfs zonder ‘’The Secret’’. De volgende ochtend liep ik met dochter naar de auto en zat het dus niet mee. Verslagen keken we naar mijn autootje die er bij stond alsof een of andere idioot een paar potten witte verf over had gesmeten en die op de meest vreemde manieren had uitgesmeerd.  Ja hoor, ik stond onder een boom.. vogels en jawel, die hadden massaal gedacht..weer zo’n sukkel, één, twee, drie! Jaaaa met z’n alle! Een buurman keek grijnzend met de handen in de zakken van de auto naar mijn gezicht en weer terug en vond het nodig om te zeggen: ‘’Je staat onder een boom..vogelpoep! Ik zet hem daar nooooit!’’ Briljant observatievermogen deze buurman.

‘’Ik ook niet meer,’’ antwoordde ik uit mijn humeur en hij vervolgde zijn praatje: ’’Dat moet eraf en snel ook, dat brand erin, in je lak en dan ben je goed de klos, vogelpoep is vreselijk slecht voor je lak meid, dat wordt boenen!’’
Ik keek mijn dochter aan die meteen in de vlekken schoot. ’’Ik niet hoor, ik ga die gore stinktroep er niet af halen!’’ Met een gezicht alsof ze het moest opeten. ‘’Doe maar rustig hee, we gaan naar de wasstraat, hier begin ik ook niet aan,’’ antwoordde ik, waarop ze nog harder gilde.. ’’Ga je er mee rijden? Dan ziet iedereen ons!!’’ ‘’Zeg het maar!’’ antwoordde ik. ‘’Poetsen of de wasstraat!’’

Zwijgend stapte ze in.

Onderweg klaarde ik wat op. Ik reed compleet voor gek natuurlijk, met ruitenwissers aan en een dochter die bijna onder het dashboard kastje zat, mensen die duimen naar me opstaken en wezen naar mijn auto en om me lachten en zo. Het werd een hilarisch ritje. Ik waande mij koningin in de gouden koets en wenkte terug.

Maar de opklaring verdween bij de wasstraat, want daar ligt een jeugdtrauma. Mijn vader jekkerde vroeger zijn auto nog wel eens door de wasstraat en de eerste keer dat hij dat deed waar ik bij was, liet hij mij en mijn zusje in de auto terwijl de auto gewassen werd. Totaal onwetend wat ons te wachten stond, klein als wij waren, gingen wij, zittend op de achterbank, alsof we een spookhuis op de kermis inreden, naar binnen met de auto en daar kwam het water en daar kwamen de borstels. Mijn zusje en ik hebben de auto van binnen bijna afgebroken van angst, want wij waren er van overtuigd dat die grote enge beestachtige borstels ook in de auto zouden komen. Dus we gilden en schreeuwen, trapten tegen de ramen en huilden onze kleine kinderoogjes eruit van ellende toen we werden verzwolgen door het sop. Maar wij overleefden.. net aan.. mijn vader schrok zich te pletter toen hij zijn auto tevoorschijn zag komen met bijna geheel beslagen ramen en in de auto twee hysterische, klam van zweet, schreeuwende dochtertjes!

Sindsdien kom ik er niet graag, zeg maar nooit, dus daar stond ik met mijn witte autootje dat normaal een totaal andere kleur had. Met een bonkhart en zweethanden reed ik braaf tot waar ik moest rijden, terwijl de knul van de wasstraat lachend om mijn vogelpoep auto heen liep en alvast een rondje met een of ander hogedruk ding deed. Als je niet vaak gebruik maakt van een autowasstraat dan is zelf het oprijden tot dat bepaalde punt al griezelig vind ik. Maar goed, alles lukte natuurlijk en we gleden richting borstels. Het lawaai en het water het was nog net als vroeger en ik vertelde mijn dochter van het trauma van toen. Die keek me aan en antwoordde dat een rit maken door je eigen woonplaats met een auto compleet onder de vogelpoep op klaarlichte dag ook een trauma was. Lieve meid is het en zo begrijpend ook!

Schoner dan schoon kwamen we eruit en ik had dezelfde opluchting toen we eruit kwamen als de opluchting die ik als kind had bij het verlaten van het spookhuis. We reden naar huis, niemand zwaaide en lachte naar ons, geen duimen meer omhoog en dochter zat ook weer rechtop op de bijrijdersstoel. We moesten allebei lachen om het avontuur. In de straat was buurman nog buiten en zag ons aankomen met het schone autootje. Wenkte uitnodigend met zijn hand en wees de parkeerplek onder de boom aan met een brede grijns.. ‘’deze is vrij hoor!’’ riep hij baldadig.
Die man komt toch zo aan de beurt hè, met luilak of zo!

J.M.