Tags: , , [ × ]

“Ik heb je lief?” herhaalt ze luidkeels, maar nu vragend. Niemand kijkt om in het marmerwitte rosécafé. Niet raar – het is er te druk om jezelf te horen.

“Nee, met de nadruk op heb. Ik heb je lief. Dat zei ik. Niet: ik heb je lief.” Hij wurmt zich verder tussen haar en de zweterige rug van een barleuner in. Nu staat hij met zijn tenen op de afgrond tussen haar borsten, klaar om te vallen.

“Het hebben is basically waar het om gaat”, vult hij aan, terwijl hij losjes met zijn hand naar het puntje van zijn stropdas glijdt.
Oeh, hoe ze dat soort yuppen-Engels toch haatte. Net alsof Nederlandse woorden niet goed genoeg meer zijn. Maar goed, you take the good with the bad – deze vent is een keeper. Shit, nu doet ze het zelf ook. “Het hebben?” vraagt ze snel.

“Ja, dat is waarom zoveel relaties stuklopen. Omdat mensen liefhebben. Ze zouden elkaar moeten liefvinden.”

Haar interesse neemt toe.

“Kijk, als mensen elkaar liefhebben, dan kan het niet anders dan dat ze op elkaar uitgekeken raken – net als kinderen op hun speelgoed: ze zeuren erom, krijgen het, spelen ermee en mikken het daarna in een hoek. Maar als ze elkaar liefvinden, dan blijft de liefde steeds iets waarnaar ze moeten zoeken, waarvoor ze iets moeten doen om het te krijgen. Begrijp je?” Hij schuift met zijn elleboog nog iets dichtbij en kijkt haar in haar grote ogen.

“Ja”, glijdt het uit haar mond. Ze bedenkt zich iets en vervolgt even later: “Maar als je elkaar lief vindt, dus gevonden hebt, wat dan? Je kunt niet eeuwig blijven zoeken – je vindt elkaar toch ooit? Anders kun je nooit een relatie krijgen. En als je wel een relatie hebt, dan is het vinden voorbij, lijkt me.” Ze kantelt haar hoofd ietsje meer en kijkt hem recht in zijn gezicht aan. Blosjes. Leuk!

“Bij de meeste relaties wel, maar als je de juiste persoon hebt, dan blijf je nieuwe dingen vinden. Je raakt nooit uitgezocht”, verweert hij zich.

“Het gaat dus om zoeken en blijven vinden?”

“Ja.”

Meteen staat ze op en loopt zonder een woord of omkijken weg. Even weet hij niet wat hij moet doen, maar dan stapt ook hij op en huppelt achter haar aan. Ze ziet hem achter haar aankomen.

“Ik heb hem”, lacht ze in zichzelf.