Tags: , , , [ × ]

Ik doe m’n best me niet te ergeren. Iedere keer weer. Steeds zeg ik weer tegen mezelf “je rent de hele week al. Het is helemaal niet erg om even stil te staan in het weekend. Ook al is het voor de kassa in de supermarkt”. Maar waarom jeuken mijn handen dan? Waarom voel ik dat mijn ademhaling versnelt? Waarom voel ik dat ik naar de andere rijen kijk om te zien of ze soms ook sneller gaan? En waarom spied ik de lege kassa’s af om te zien of er niet stomtoevallig nog eentje open zal gaan omdat de acht kassa’s die nu open zijn nog steeds onvoldoende blijken te zijn om de horde boodschappers adequaat en snel te verwerken? De rijen staan inmiddels al halverwege de winkel immers.
En, nee, ik heb geen andere afspraken. Er is geen enkele reden waarom ik me gehaast zou moeten voelen. Maar toch voel ik me gehaast. Waarom kan het verdikkie allemaal niet sneller?
Nederland klimt uit een diep recessiedal. Iedereen moet de broekriem aanhalen. De dame voor mij heeft een kar die zo schandalig volgeladen is dat ik me erover verbaas dat het kreng niet bezwijkt onder z’n eigen gewicht. Exploderende rubberwieltjes en dan, plots, helemaal niets meer. De plaats waar ze eerst stond veranderd in een diepe, rokende krater. Maar, nee, het karretje houdt stoïcijns stand. Het jonge ding achter de kassa draait vrijwel ieder product van de band zesmaal om in haar zoektocht naar de barcode. Eén bliepje per minuut. De man die eerst rechts van mij stond is nu al aan het afrekenen. Hij wel.
Ik ben een ware professional als het aankomt op afrekenen. Zo laad ik mijn spullen op de band, leg mijn bonuskaart klaar op het plastic tafeltje en haal ik mijn PIN-pas alvast door het apparaat. De boodschappen die passeren dump ik meteen ergonomisch verantwoord in mijn grote shopping bag en wanneer de caissière klaar is hoef ik alleen nog maar op “OK” te drukken. Het hele ritueel van begin tot eind duurt minder dan een minuut. En als er al een bottleneck is, dan ben ik dat niet maar is dat altijd het meiske achter de bliepmachine.
Maar de dame voor mij…..
Nadat ze het hele arsenaal aan voer op de traag rollende band heeft geladen kijkt ze eerst met kinderlijke verwondering naar hoe haar boodschappen daarop lijken te bewegen. Pas na enige tijd lijkt ze zich te realiseren dat wat je aan de voorkant op de band propt er aan de achterkant ook weer uitkomt. Met die realisatie schrikt ze abrupt wakker en duwt ze haar kar verder om aan het lossen te beginnen.
Alle legendes over dat vrouwen multitasking zouden zijn kloppen niet.
“Dat is dan tweehonderdendertig Euro, mevrouw”.
Mevrouw hoort niets, helemaal opgaand in de activiteit van spulletjes in haar karretje proppen. Niet meteen in de tassen maar gewoon weer in de kar. De blonde tiener herhaalt de schade en ditmaal lijkt één en ander tot de dame door te dringen. Je ziet haar twijfelen. “Wat moet ik nu doen? Band nog niet leeg, maar moet wel afrekenen”.
En dan kiest ze.
Voor het doorgaan met waar ze mee bezig was.
Mijn tanden knarsen en mijn tenen krommen. Stoom komt uit mijn oren en bloed stroomt in mijn ogen. Een op uitbarsting staande vulkaan. Madam kijkt op van haar kar en kijkt me even aan. Of is het dwars door mij heen, de daze leegte in? Ik glimlach begripvol.
De kar is ingeladen en ze loopt terug. De handtas wordt op de balie gelegd en uitgebreid wordt er gezocht naar waar die portemonnee toch ook alweer is. Neem je tijd vooral. Ze had ‘m toch niet laten liggen op de keukentafel soms? De huissleutels, het fotoboekje, de tampons en de nagellak duiken op uit de tas voordat, na een eeuwigheid, het moment suprême aanbreekt en de grote huishoudbeurs tevoorschijn komt. Madam knikt tevreden. Het afrekenen kan dan eindelijk beginnen. Het heeft wat voeten in de aarde gehad, maar dan heb je ook wat!
“Bliep”
De zaterdag is zonnig. Ik til de grote tas achterop m’n bagagedrager en aanvaard opgelucht de terugtocht; blij en dankbaar dat de uitputtingsslag voor deze week voorbij is. Fietsend langs de parkeerplaats vang ik nog een glimp op van mevrouw bij haar Twingo. Haar boodschappen van de kar in het kratje ladend, want die had ze natuurlijk in de auto laten staan. Waarom zou je die meenemen ook? Dat zou alleen maar voor doorsmeltende zekeringen in het brein zorgen. Toch?
De supermarktfabriek achter mij draait door. Miljarden bliepjes, duizenden financiële transacties en honderden mensen per dag die deze plegen. Daarachter roodgloeiende lijntjes onder de grond die al deze informatie sturen naar tientallen computers ver, ver weg. En vanaf daar gaat het in virtuele bakjes die periodiek worden samengeveegd en samengevat op stukjes papier. Papier dat in enveloppen gaat en vervolgens via een aantal postkamers en distributiecentra uiteindelijk in de rode tas van honderden postbodes belandt. En vanaf daar naar de huizen van de mensen die straks weer boodschappen gaan doen.
Eigenlijk sta je daar niet bij stil als je geld uitgeeft.
Stilstaan doe je immers alleen in de rij voor de kassa.

©Bas Duym
Bas schrijft een boek