Tags: , , , , [ × ]

Kijk, dat zijn wij. Gebroken, maar nog helemaal compleet. Er zijn wat barsten, maar alles is er, alles wat ons zussen maakt, is aanwezig. Wij liggen vredig naast elkaar te wachten op wat komen gaat. Jij en ik, ik en jij. Wij, samen.
We komen uit hetzelfde nest. Dat kan je zien, we lijken op elkaar. Zelfs nu we onze pantser verloren hebben, hebben we dezelfde kleur, dezelfde vorm.
We hebben geen idee van wat er gaat komen, wat de toekomst brengt. We zijn daar maar. Als in de moederschoot, onschuldig, stil, zwevend. We lijken ons niet van onze omgeving bewust.
Jij bent wat duidelijker dan ik, maar dat kan schijn zijn. Het kan de bedoeling van de fotograaf zijn geweest; de een wat duidelijker dan de ander. Het kan ook zijn dat het toeval is, jij voorop, duidelijk in beeld, ik wat vaag daarachter. Misschien is er ook een moment geweest dat ik duidelijker in beeld was. Misschien viel het licht zo beter, op jou. En nu ben jij voor altijd de eerste, de mooiste, degene die niet vergeten wordt.
Feit is dat we samen onze eigen weg gegaan zijn.
Deze foto is alles dat rest, van ons. Onze laatste keer samen.
2 eieren
wat melk
zout, peper
handje garnalen
fijngesneden bieslook, misschien peterselie
margarine of boter
Kluts ons met de melk, zout en peper. We zijn nu één. Laat ons in een heet pannetje glijden, waar al een beetje margarine in drijft. Dat vinden wij fijn en het is beter voor het losmakingsproces dat komen gaat.
Bak ons op een niet al te hoog vuur. Dit is het heetste vuur waar we samen voor staan. Laat ons even. Roer nu niet, beweeg hooguit het pannetje zachtjes, of maak onze randjes wat los. Als wij een beetje droog worden aan de bovenkant, is het tijd voor de garnalen en de peterselie. Die mogen een minuutje mee warmen, op onze warme ruggen. Wat bieslook over ons en wij zijn klaar voor de volgende fase.
Een witte, geroosterde boterham vinden wij zelf het prettigst, misschien besmeerd met roomboter.

Juun